4 min lezen

Leidt een intentieverklaring tot arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd?

NL

In een arbeidsovereenkomst De overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
» Meer over arbeidsovereenkomst
arbeidsovereenkomst
voor bepaalde tijd wordt weleens de intentie opgenomen dat de arbeidsovereenkomst na afloop van de overeengekomen periode wordt voorgezet voor onbepaalde tijd. Vaak wordt daar de voorwaarden “bij gelijkblijvend functioneren van de werknemer en ongewijzigde bedrijfsomstandigheden” aan toegevoegd. Maar kan een werknemer nu rechten ontlenen aan zo’n intentieverklaring Een schriftelijke verklaring tussen partijen waarin zij hun intentie om een nadere overeenkomst te sluiten vastleggen.
» Meer over intentieverklaring
intentieverklaring
? En wat als de werkgever niet tijdig schriftelijk aangeeft of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na afloop wel of niet wordt voorgezet? Leidt het niet voldoen aan die aanzegplicht dan tot schending van goed werkgeverschap en mag de werknemer er dan alsnog gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij recht heeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? Het Gerechtshof Amsterdam boog zich onlangs over deze vragen. Arbeidsrecht advocaat Sander Schouten bespreekt deze uitspraak.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

De werknemer trad begin december 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden in dienst bij de werkgever.

Intentie in de arbeidsovereenkomst

Deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bepaalt het volgende: ‘Partijen hebben de intentie de arbeidsovereenkomst vanaf 3 juni 2019 voort te zetten voor onbepaalde tijd. Vóór 1 april 2019 overleggen partijen of en tegen welke arbeidsvoorwaarden zulks plaatsvindt.’

Twee keer stilzwijgende verlenging

Ondanks de afspraak in de arbeidsovereenkomst heeft het overleg tussen partijen over het voortzetten van de arbeidsovereenkomst niet plaatsgevonden. Na afloop van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is de arbeidsovereenkomst dan ook stilzwijgend op dezelfde voorwaarden voortgezet. Ook daarna hebben partijen niet met elkaar gesproken over een nieuwe verlenging. Maar de arbeidsovereenkomst is wel stilzwijgend voor de tweede keer verlengd en liep daarmee in principe per 2 juni 2020 van rechtswege af.

Functioneringsgesprek

Begin december 2019 vond er een gesprek plaats tussen X namens de werkgever en de werknemer over zijn functioneren. Tijdens dat gesprek verhief de werknemer zijn stem en is hij tegen X uitgevallen. Halverwege januari 2020 vond het jaarlijkse functioneringsgesprek plaats, waarbij de werkgever aan de werknemer mededeelde dat de arbeidsovereenkomst na 2 juni 2020 niet zou worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst zou dus ook per die datum eindigen. Deze aanzegging is na afloop van dit gesprek ook schriftelijk aan de werknemer bevestigd.

Verzoek tot vernietiging aan-/opzegging

De werknemer stelde zich in januari 2020 al op het standpunt dat hij van mening was dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkgever heeft dat weersproken. Na 2 juni 2020 verrichtte de werknemer geen werkzaamheden en ontving dus ook geen loon meer. De werknemer startte een procedure waarin hij vernietiging van die aan-/opzegging verzocht. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de werknemer in hoger beroep Ons burgerlijk procesrecht kent het beginsel dat er onderzocht wordt in twee instanties: een ieder heeft het recht op een nieuwe behandeling van de zaak door een hogere rechter.
» Meer over hoger beroep
hoger beroep
is gegaan.

Uitleg geclausuleerde intentie

Het hof overweegt allereerst dat partijen (inderdaad) een geclausuleerde intentie hebben opgenomen in de allereerste arbeidsovereenkomst van zes maanden. Ook stelt het hof vast dat partijen geen gevolg hebben gegeven aan deze afspraak in de arbeidsovereenkomst, aangezien er geen gesprek heeft plaatsgevonden over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst.

Stilzwijgende verlenging

In het verlengde stelt het hof vast dat de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:668 lid 4 aanhef en sub b BW na het verstrijken van de bepaalde tijd door partijen zonder tegenspraak is voortgezet voor dezelfde tijd (en dus voor zes maanden) op de vroegere voorwaarden. Op 3 december 2019 is de arbeidsovereenkomst wederom zonder overleg en tegenspraak voortgezet.

Arbeidsovereenkomst van rechtswege beëindigd

Het hof gaat verder door te overwegen dat door de schriftelijke aanzegging van 27 januari 2020 de tot tweemaal toe stilzwijgend verlengde arbeidsovereenkomst van rechtswege is beëindigd op 2 juni 2020.

Geen gerechtvaardigd vertrouwen

De vraag of de werknemer aan het feit dat hij een ex-werknemer verving, er veel werk was en de werkzaamheden na 2 juni 2019 onveranderd doorliepen het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij voor onbepaalde tijd in dienst was, beantwoordt het hof ontkennend. Dat de werkgever niet aan de wettelijke aanzegverplichting heeft voldaan, maakt dat niet anders. Nergens blijkt uit dat de werkgever de werknemer heeft laten geloven dat hij wél voor onbepaalde tijd in dienst was. Het stond de werkgever dus ook vrij om na 2 juni 2020 een opvolger voor de werknemer te zoeken.

Schending aanzegplicht leidt niet tot strijd met goed werkgeverschap

Het hof is het met de werknemer eens dat de werkgever tot twee keer toe niet aan de op haar rustende wettelijke aanzegplicht heeft voldaan. Als gevolg daarvan is de werkgever schadeplichtig ex artikel 7:668 lid 3 BW. Maar het niet-voldoen aan deze wettelijke verplichting leidt naar het oordeel van het hof niet tot het oordeel dat de werkgever in strijd met het goed werkgeverschap of de redelijkheid en billijkheid Een bron van ongeschreven objectief recht waaraan mensen zich moeten gedragen jegens elkaar.
» Meer over redelijkheid en billijkheid
redelijkheid en billijkheid
heeft gehandeld door een beroep te doen op artikel 7:668 lid 4 aanhef en sub b BW. Met andere woorden: dat de werkgever zich op het standpunt stelt dat er geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan maar dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot twee keer toe voor dezelfde periode en op de vroegere voorwaarden is voortgezet. Het hof bekrachtigt daarmee de uitspraak van de kantonrechter.

Sander Schouten

Sander Schouten

Sander is sinds 2001 advocaat. Hij heeft bij twee middelgrote advocatenkantoren in Amsterdam ervaring opgedaan. Sander legt zich voornamelijk toe op de rechtsgebieden ondernemingsrecht, insolventierecht, verbintenissenrecht en arbeidsrecht. Volg Sander op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence