4 min lezen

Niet meewerken aan beëindiging met wederzijds goedvinden leidt tot latere beëindiging van het slapend dienstverband en hogere transitievergoeding

NL

In 2019 overwoog de Hoge Raad in het bekende Xella-arrest dat de compensatieregeling voor de transitievergoeding De ontslagvergoeding waar werknemers met een dienstverband van minimaal 2 jaar recht op hebben bij onvrijwillig ontslag.
» Meer over transitievergoeding
transitievergoeding
en de wetsgeschiedenis meebrengen dat een werkgever dient mee te werken aan het beëindigen van een slapend dienstverband als de werknemer daarom verzoekt en de werkgever geen redelijk belang heeft bij voortduring van die arbeidsovereenkomst De overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
» Meer over arbeidsovereenkomst
arbeidsovereenkomst
.

Als er is voldaan aan de vereisten voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid dan dient een werkgever in te stemmen met een verzoek van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

In die situatie wordt de hoogte van de transitievergoeding berekend op de dag na die waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid zou kunnen (doen) beëindigen. Met andere woorden: op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever is gestopt. In de meeste gevallen is dat na 104 weken arbeidsongeschiktheid.

Maar kan een werkgever dezelfde berekeningsmethode hanteren op het moment dat de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd met wederzijds goedvinden maar na eenzijdige opzegging door de werkgever nadat de werkgever toestemming heeft ontvangen van het UWV? Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch boog zich onlangs over die vraag. Arbeidsrecht advocaat Sander Schouten bespreekt deze uitspraak.

Arbeidsongeschikt

Op 1 september 1989 trad de werknemer in dienst bij de werkgeefster in de functie van productiemedewerker. Het dienstverband is beëindigd per 31 juli 2020. Op 11 mei 2014 raakte de werknemer arbeidsongeschikt en vanaf die datum kon hij niet meer zijn eigen dan wel aangepast werk verrichten. Per 8 mei 2016 ontvangt de werknemer een WIA-uitkering.

Beëindiging arbeidsovereenkomst

De werknemer vroeg op 12 april 2019 aan de werkgeefster of zij mee wilde werken aan het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst. De werkgeefster deed dit niet. Op 31 december 2019 vroeg de werkgeefster toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Na ontvangst van de toestemming, zegde de werkgeefster de arbeidsovereenkomst op tegen 1 augustus 2020.

Transitievergoeding

Bij brief van 10 maart 2020 maakte de werknemer aanspraak op de transitievergoeding van ruim € 74.894 bruto. De werkgeefster betaalde echter slechts een transitievergoeding van € 47.817 bruto na afloop van het dienstverband. De werknemer is het daar niet mee eens en start de onderhavige procedure. In deze procedure verzoekt de werknemer de werkgeefster te veroordelen tot betaling van € 27.077 bruto als restant van de transitievergoeding.

Rechtsvraag

De vraag die partijen verdeeld houdt is of bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding moet worden uitgegaan van de dag na die waarop de loondoorbetalingsverplichting van werkgeefster tijdens ziekte is verstreken (in 2016) of van de dag na die waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (in 2020).

Hoger beroep

De kantonrechter wees de verzoeken van de werknemer toe. Tegen dit oordeel stelde de werkgeefster hoger beroep Ons burgerlijk procesrecht kent het beginsel dat er onderzocht wordt in twee instanties: een ieder heeft het recht op een nieuwe behandeling van de zaak door een hogere rechter.
» Meer over hoger beroep
hoger beroep
in.

Onjuiste uitleg Xella arrest

De werkgeefster meent – met een beroep op het Xella-arrest – dat bij het berekenen van de transitievergoeding moet worden uitgegaan van de datum van het einde van de wachttijd voor de WIA-uitkering (lees: het moment waarop de 104 weken ziekte was bereikt). Het hof is het niet eens met de werkgeefster en legt uit.

Arbeidsovereenkomst niet beëindigd met wederzijds goedvinden

De arbeidsovereenkomst in deze kwestie was niet beëindigd met wederzijds goedvinden. De werkgeefster heeft de arbeidsovereenkomst op 11 februari 2020 opgezegd nadat zij toestemming had ontvangen van het UWV.

Transitievergoeding verschuldigd bij opzegging arbeidsovereenkomst

De wet bepaalt dat een werkgever een transitievergoeding is verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd. De werkgever is die transitievergoeding ook verschuldigd als de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Verder bepaalt de wet dat de hoogte van de transitievergoeding (kort gezegd) wordt berekend aan de hand van het aantal dienstjaren. Dit betekent dat het voor het berekenen van de hoogte van de transitievergoeding moet worden uitgegaan van de periode dat de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft voortgeduurd, dus tot 1 augustus 2020. Uit de wet en het Xella-arrest volgt niet dat er moet worden uitgegaan van het moment waarop de wachttijd voor de WIA-uitkering van de werknemer was verstreken.

Niet relevant dat werkgever deel zelf moet betalen

Het feit dat de werkgeefster wellicht een deel van de transitievergoeding zelf moet betalen omdat de werkgeefster niet volledig gecompenseerd wordt door het UWV, maakt het voorgaande niet anders. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter en wijst de verzoeken van de werkgever af.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat als een werkgever een arbeidsovereenkomst met een langdurige arbeidsongeschikte werknemer wil beëindigen er twee mogelijkheden zijn met ieder een eigen (financiële) uitkomst voor de hoogte van de te betalen transitievergoeding. Op het moment dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, heeft de werknemer recht op een transitievergoeding berekend tot de dag nadat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever is gestopt. 

Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV eenzijdig opzegt, is de Xella-uitspraak niet van toepassing. De werkgever heeft dan recht op een transitievergoeding berekend tot aan de laatste dag van zijn dienstverband. Uit deze uitspraak volgt dat dit financieel grote gevolgen kan hebben voor een werkgever. Ook omdat een werkgever bij eenzijdige opzegging vaak niet de volledige transitievergoeding gecompenseerd krijgt door het UWV.

Sander Schouten

Sander Schouten

Sander is sinds 2001 advocaat. Hij heeft bij twee middelgrote advocatenkantoren in Amsterdam ervaring opgedaan. Sander legt zich voornamelijk toe op de rechtsgebieden ondernemingsrecht, insolventierecht, verbintenissenrecht en arbeidsrecht. Volg Sander op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence