Op 29 november 2013 is het nieuwe wetsvoorstel Werk en Zekerheid ingediend. In dit wetsvoorstel zijn onder meer hervormingsplannen ten aanzien van het ontslagrecht, flexibele arbeid en de WW weergegeven. Advocaat arbeidsrecht Sander Schouten bespreekt kort een aantal voorgenomen wijzigingen uit dit wetsvoorstel op het gebied van de Werkloosheidswet (WW).
In het wetsvoorstel wordt een maximale duur van de WW-uitkering teruggebracht tot maximaal 24 maanden. Deze bedraagt momenteel 38 maanden. Voorgesteld wordt om de maximale duur tussen 1 januari 2016 en 1 juli 2019 geleidelijk af te bouwen met één maand per kwartaal.
Een van de verplichtingen van een WW-gerechtigde is de verplichting om in voldoende mate te proberen passende arbeid te verkrijgen. In de eerste 6 maanden van werkloosheid mag men zich momenteel daarbij richten op arbeid op hetzelfde niveau als. Na 6 maanden wordt ook arbeid waarvoor een lager opleidingsniveau is vereist als passend aangemerkt en na 1 jaar is alle arbeid passend. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld dat de werknemer al na 6, in plaats van de huidige 12 maanden, alle arbeid als passende arbeid zal moeten aannemen.
Om te voorkomen dat een WW gerechtigde er niet op achteruit gaat als hij werk accepteert tegen een lager loon wordt in het wetsvoorstel inkomensverrekening ingevoerd. Momenteel is de hoofdregel dat wanneer een WW-gerechtigde (deels) gaat werken, het aantal uren dat hij werkt in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering. Recht op een uitkering blijft bestaan voor die uren dat men nog werkloos is. Om een financieel nadeel tegen te gaan bij acceptatie bij werk wordt bij de voorgestelde inkomensverrekening slechts een deel van de (extra) inkomsten in mindering gebracht op de uitkering. Met deze aanpassing wordt geprobeerd werkhervatting vanuit de WW altijd lonend te laten zijn.
AMS Advocaten heeft ruime ervaring op het gebied van het arbeidsrecht.