3 min lezen

Pandrecht op vordering teniet gegaan door inning eerste pandhouder?

NL

Het komt regelmatig voor dat eenzelfde goed meermaals wordt verpand. De eerste pandhouder heeft dan voorrang boven de tweede pandhouder. Als de eerste pandhouder tot uitwinning overgaat heeft de tweede pandhouder pas recht op verhaal als de vordering van de eerste pandhouder volledig is voldaan. Maar wat nu als in de tussentijd de pandgever failliet gaat? Aan wie komt een surplus toe: de tweede pandhouder of de curator Een door de rechtbank aangewezen persoon die is belast met het beheer en de beschikking over het vermogen van een gefailleerde.
» Meer over curator
curator
? Advocaat incassorecht Sander Schouten bespreekt een recente uitspraak over een pandrecht Een pandrecht is een beperkt recht strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen.
» Meer over pandrecht
pandrecht
op vordering.

 

Stil pandrecht op vordering toegestaan bij registratie

In deze kwestie had de bank een eerste pandrecht op vorderingen van de pandgever. In verband met een latere lening had de pandgever een tweede pandrecht gevestigd op de vorderingen ten behoeve van Bontrup BV. Het waren “stille” pandrechten: de debiteuren waren niet op de hoogte dat de vorderingen waren verpand. Dit is toegestaan zolang de pandaktes maar worden geregistreerd bij de Belastingdienst, hetgeen in deze zaak was gebeurd.

Bevrijdende betaling aan pandhouder

De bank heeft haar pandrecht op de vorderingen begin 2014 openbaar gemaakt. Vanaf openbaarmaking kunnen de debiteuren enkel bevrijdende betaling Als de schuldenaar door betaling bevrijd is van zijn verplichtingen.
» Meer over bevrijdende betaling
bevrijdend betalen
aan de bank. Om verwarring te voorkomen hebben de bank en Bontrup BV besloten dat Bontrup BV niet ook haar (tweede) pandrecht openbaar zou maken. De bank nam de volledige inning van de aan haar verpande vorderingen ter hand. Zodra haar vordering op de pandgever volledig met de opbrengsten was afbetaald, zou het surplus door Bontrup kunnen worden aangewend ter aflossing van haar lening.

Pandrecht door inning teniet gegaan?

Dit geschiedde en de bank had uiteindelijk na inning een surplus van bijna € 2 miljoen. Ondertussen was de pandgever failliet gegaan en maakte de curator aanspraak op het surplus. Volgens hem was het pandrecht van Bontrup door inning door de bank teniet gedaan (er waren immers geen vorderingen meer). Bontrup zou zich niet buiten de boedel om op het surplus kunnen verhalen.

Tweede pandhouder recht op surplus

De rechter maakt korte metten met de zienswijze van de curator. In artikel 3:253 BW wordt namelijk geregeld wat er dient te gebeuren als de inningsbevoegde pandhouder de aan haar verpande vorderingen int en er een overschot resteert nadat zij zich uit het geïnde heeft voldaan, terwijl tevens andere pandhouders zijn wier pandrechten door de inning teniet zijn gegaan. In een dergelijk geval dient de pandhouder het overschot aan de andere (voormalig) pandhouders uit te keren.

Verdeling surplus vindt plaats buiten de boedel om

De curator van de pandgever heeft pas aanspraak op een eventueel nog overblijvend restant, nadat ook de naast de innende pandhouder aanwezige belanghebbenden conform hun rang uit het geïnde zijn voldaan. De verdeling vindt aldus plaats “buiten de boedel” om. Bontrup BV mag haar vordering aldus op het surplus verhalen en hoeft haar vordering niet bij de curator in te dienen. Groot voordeel voor Bontrup BV was dat zij op deze wijze niet hoeft bij te dragen in de faillissementskosten.

Sander Schouten

Sander Schouten

Sander is sinds 2001 advocaat. Hij heeft bij twee middelgrote advocatenkantoren in Amsterdam ervaring opgedaan. Sander legt zich voornamelijk toe op de rechtsgebieden ondernemingsrecht, insolventierecht, verbintenissenrecht en arbeidsrecht. Volg Sander op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence