3 min lezen

Uittreden uit vennootschap onder firma (VOF)? Regel het goed!

NL

Ondernemen is spannend en uitdagend. Maar helaas levert ook het stoppen van een onderneming vaak spanning op, zeker als je het administratief niet goed afhandelt. Omdat vennoten van een vennootschap onder firma (VOF) hoofdelijke aansprakelijkheid schuldenaren gezamenlijk aansprakelijk voor een en dezelfde schuld. Betaling van de een werkt bevrijdend voor de ander, jegens de schuldeiser.
» Meer over hoofdelijke aansprakelijkheid
hoofdelijk
aansprakelijk zijn, doen zich vaak problemen voor na beëindiging van de samenwerking. Dit aspect kwam naar voren in een zaak bij het Hof van ’s-Hertogenbosch. Een ex-vennoot van een vennootschap onder firma werd plots aansprakelijk gesteld voor nakoming van een oude vordering. Advocaat ondernemingsrecht Hidde Reitsma legt uit.

Deal met website om producten te promoten

Vennoot A en Vennoot B dreven samen een vennootschap onder firma. Deze VOF ging op 20 januari 2009 een overeenkomst Een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere partijen een verbintenis aangaan.
» Meer over overeenkomst
overeenkomst
aan met een bekende website om haar producten daarop te promoten. Zowel de VOF als de vennoten ondertekenden deze overeenkomst.

Onderneming voortgezet als eenmanszaak

Op 10 augustus 2009 zetten beide vennoten er een punt achter. De VOF kwam ten einde en in het handelsregister Een register waarin ondernemingen vermeld staan met hun gegevens.
» Meer over handelsregister
handelsregister
werd de VOF met terugwerkende kracht per 1 augustus 2009 ontbonden. De onderneming werd voortgezet als eenmanszaak door Vennoot B. Vennoot A trok zich geheel terug en had vanaf augustus 2009 niks meer met de onderneming te maken.

Toch geen einde van VOF?

De schrik sloeg Vennoot A echter om het hart toen hij twee jaar na dato samen met Vennoot B gedagvaard werd ter nakoming van de verbintenis die de VOF op 20 januari 2009 aan was gegaan. De advocaat van Vennoot A betoogde dat zij zich volledig had ontrokken uit de onderneming en dat de aanklager uit het handelsregister had moeten opmaken dat de VOF was komen te beëindigen. Daarnaast stelde de advocaat van Vennoot A dat de website Vennoot A had moeten aanschrijven ter nakoming van de vordering. Nu de website dit niet had gedaan en zelfs brieven naar het privé-adres van Vennoot B had gestuurd, was de website kennelijk op de hoogte van het feit dat Vennoot A niet meer in de onderneming actief was.

Verbintenis vóór uittreden VOF aangegaan

Zowel de rechtbank Breda als het Hof ’s-Hertogenbosch maakte hier korte metten mee. Vennoot A was gewoon aansprakelijk voor nakoming van de schuld, aangezien uit artikel 18 van het wetboek van Koophandel voortvloeit dat de uitgetreden vennoot na zijn uittreden aansprakelijk blijft tegenover schuldeisers voor verbintenissen die een vennoot vóór het uittreden met de VOF was aangegaan.

Schuld ook op Vennoot A te verhalen

Het Hof concludeert eveneens dat van de website niet kon worden gevergd dat zij continu het handelsregister in de gaten zou houden om te zien of er mogelijk wijzigingen bij de onderneming waren opgetreden. Dit zou onhaalbaar en onwenselijk zijn. Van een wijziging van de overeenkomst zelf, omdat deze is voortgezet door Vennoot B aangezien Vennoot A geen partij meer zou zijn, is eveneens geen sprake. Het enkele feit dat de VOF is ontbonden en mogelijk een ander adres en btw-nummer hanteert, betekent niet dat de overeenkomst plots is gewijzigd. Conclusie: Vennoot A blijft aansprakelijk voor de (oude) schuld van de VOF, ook nadat hij zichzelf had uitgeschreven. De website kan daarom de schuld (ook) op Vennoot A verhalen.

Was dit anders op te lossen?

Ja, is het korte antwoord. Vennoot A had bijvoorbeeld een gebruikelijke vrijwaringsclausule kunnen opmaken, waardoor hij door Vennoot B gevrijwaard zou worden mochten dit soort situaties zich voordoen. Daarnaast had Vennoot B ook de website kunnen benaderen en die op de hoogte kunnen stellen van de verandering binnen de onderneming.

Hidde Reitsma

Hidde Reitsma

Hidde heeft een gevarieerde proces- en adviespraktijk en bezit een diepgaande kennis van het beslag- en executierecht. Het zwaartepunt van zijn praktijk ligt op het gebied van het ondernemingsrecht (waaronder zaken op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en  bedrijfsovername), het insolventierecht, het contractenrecht en het vastgoedrecht. Volg Hidde op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence