2 min lezen

Dwingende bewijskracht van een ondertekende overeenkomst

NL

In een recente zaak beslist het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op basis van de dwingende bewijskracht die in procedures toekomt aan ondertekende schriftelijke documenten. Advocaat procesrecht Lennard Noordzij licht deze uitspraak toe. Hij schreef al eerder over dwingende bewijskracht.

Feiten van de zaak

Partijen zijn een vader en zijn zoon. Vader heeft een hotel verkocht aan zijn zoon en een derde. Daarbij leent vader een bedrag van € 75.000,- aan zijn zoon. Zij leggen deze lening vast in een schriftelijke leningovereenkomst. Ongeveer tegelijkertijd sluiten vader en zoon ook twee andere overeenkomsten, getiteld ‘Afstand om niet (kwijtschelding)’, waarin staat dat vader in totaal € 29.000,- van de lening kwijtscheldt. Een paar jaar later krijgen vader en zoon ruzie over meerdere zakelijke afspraken, waaronder de geldlening. Vader vraagt de zoon – ondanks de kwijtschelding van € 29.000,- – binnen vijf dagen de volledige € 75.000,- terug te betalen. Zoon doet dat niet.

Fiscale constructie

Vader stelt dat de schriftelijke leningovereenkomst niet de echte afspraken betreffen. Volgens hem is de leningovereenkomst een puur fiscale en papieren constructie die onder begeleiding van de notaris is opgezet om de successierechten bij overlijden van de vader te minimaliseren. Volgens hem sprak hij met zijn zoon eigenlijk (mondeling) een rendementsvergoeding van € 750,- per maand af. De zoon betwist dit en voert aan dat de gemaakte afspraken gelijk zijn aan de inhoud van de schriftelijke leningovereenkomst van € 75.000,-. Ook schold vader volgens hem een bedrag van € 29.000,- kwijt.

Dwingende bewijskracht

Rechters zijn in procedures in principe vrij in hun bewijswaardering. Dat geldt echter niet voor bepaalde soorten documenten. Een akte Een ondertekend geschrift, bestemd om tot bewijs te dienen.
» Meer over akte
akte
– volgens de wet een ondertekend geschrift, bestemd om tot bewijs In het Nederlandse procesrecht geldt als hoofdregel dat de rechter alleen die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen, die in de rechtszaak aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die zijn komen vast te staan.
» Meer over bewijs
bewijs
te dienen
 – levert in deze kwestie over de lening tussen partijen dwingend bewijs op. Dat betekent dat de rechter de inhoud van de schriftelijke leningovereenkomst als waar moet aannemen.

Oordeel hof over bewijslast

Het hof oordeelt daarom in deze zaak dat vader de door hem gestelde afspraken moet bewijzen, nu hij zich beroept op de mondelinge rendementsovereenkomst, die anders is dan de afspraken van partijen in de schriftelijke geldleningovereenkomst. Dit is een ongunstige bewijspositie voor de vader.

Ook de aktes van kwijtschelding waarop de zoon zich beroept leveren volgens het hof tussen partijen dwingend bewijs op. Het ligt daarmee op de weg van de vader om tegenbewijs te leveren dat er geen kwijtscheldingen plaatsvonden. Vader laat daartoe een e-mail van zijn zoon zien, die schrijft: “Overigens spraken wij destijds op kantoor over ‘de extra schenkingen’, die ook gedaan zijn. Deze waren ‘puur fiscaal'”. Volgens vader is daarmee aangetoond dat de echte afspraken anders waren dan wat er op papier staat in de schriftelijke leningovereenkomst en de kwijtscheldingaktes.

Het hof vindt van niet. Het overweegt dat deze e-mail weliswaar vragen oproept, maar dat deze e-mail de inhoud van de schriftelijke documentatie nog onvoldoende ontkracht. Het hof laat de vader daarom ook op dit punt toe om bewijs te leveren.

Lennard Noordzij

Lennard Noordzij

Lennard is gespecialiseerd op het gebied van aansprakelijkheidsrecht. Daarnaast adviseert, onderhandelt en procedeert hij op het gebied van het (conservatoir) beslag- en executierecht, incasso, internationaal privaatrecht en contractenrecht. Klik hier voor zijn 'track record'. Lennard spreekt vloeiend Engels en adviseert regelmatig internationale cliënten met betrekking tot internationale geschiloplossing. Volg Lennard op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence