2 min lezen

OM ruziet met documentairemakers en start kort geding op

NL

Ook de overheid kan als partij een civielrechtelijk geschil aan de rechter voorleggen. In dit geval had het Openbaar Ministerie (OM) een geschil met documentairemakers. Het OM had in eerste instantie aan de documentairemakers haar medewerking verleend om beelden op te nemen voor een documentaire over een bepaalde strafzaak. Uiteindelijke probeerde het OM via een kort geding hier toch een stokje voor te steken, maar dat ging mis. Advocaat mediarecht Thomas van Vugt bespreekt de uitspraak.

OM sluit mediacontract met documentairemakers

De documentairemakers wilden een documentaire maken over een bekende moordzaak en verzochten het OM om medewerking. Het OM stemde in. Het OM sloot vervolgens een mediacontract met de documentairemakers. Hierin werden de onderlinge afspraken vastgelegd. In dat contract Een akte (schriftelijke vastlegging) van een overeenkomst.
» Meer over contract
contract
was opgenomen dat de documentairemakers in de ogen van het OM niet voor uitzending geschikt beeld en geluid niet zouden gebruiken, als het OM dat uit het oogpunt van privacy en slachtofferbescherming toch onwenselijk zou vinden. Nabestaanden van het moordslachtoffer wilden dat het OM in zijn geheel zou afzien van medewerking aan de documentaire en dreigden met een kort geding tegen het OM. Het OM besloot aan de wens van de nabestaanden tegemoet te komen en verbood uitzending van de documentaire alsnog in zijn geheel.

OM start kort geding tegen documentairemakers

Omdat de documentairemakers het al opgenomen beeld- en geluidmateriaal toch wilden gebruiken voor hun documentaire stapte het OM uiteindelijk naar de rechter om een verbod tot gebruikmaking van het beeld- en geluidmateriaal waaraan het OM had meegewerkt te vorderen. Het OM deed daarbij een beroep op de bepaling waarin was opgenomen dat OM toch nog uitzending van bepaalde beelden kon verbieden uit het oogpunt van privacy- en slachtofferbescherming.

Discretionaire bevoegdheid voor het OM?

De bepaling bevatte volgens het OM een duidelijke discretionaire bevoegdheid voor het OM om alsnog te bepalen dat van beeld- en geluidmateriaal waaraan medewerking was verleend, toch geen gebruik mocht worden gemaakt. De vraag die de rechter diende te beantwoorden was dus of het OM op grond van het mediacontract de bevoegdheid had om alsnog categorale medewerking aan de documentaire te weigeren, en om uitzending in zijn geheel te verbieden. Wat vond de rechter en hoe kwam hij tot zijn oordeel?

Rechter past mediacontract toe

De rechter constateerde inderdaad dat het mediacontract een vergaande discretionaire bevoegdheid aan het OM verleende om uitzending van bepaalde beeld- en geluidsopnamen toch tegen te houden. De rechter vond echter dat die bevoegdheid uit het mediacontract niet zo ver ging dat op grond van het mediacontract de medewerking aan de documentaire in zijn geheel nog kon worden gestaakt. De bepaling waarop het OM zich beriep was ook niet zo geformuleerd. Omdat het mediacontract ook niet voorzag in een andere bepaling die zag op de mogelijkheid tot alsnog een categoraal verbod op gebruikmaking van beeld- en geluidsopnamen waaraan door het OM medewerking was verleend, moest het OM hier dus bakzeil halen. De vorderingen van het OM werden in dit kort geding afgewezen. Hierdoor kon het OM haar toezeggingen jegens de nabestaanden niet meer nakomen, maar dat vond de rechter geen reden om van het mediacontract te mogen afwijken.

Thomas van Vugt

Thomas van Vugt

Thomas adviseert en procedeert met name op het gebied van het verbintenissenrecht, het vastgoedrecht, en mediarecht. Bekijk hier zijn track record. Volg Thomas op Twitter en LinkedIn.
Ravel Residence